Introductie:
Sommige regisseurs maken films. Anderen laten littekens achter. William Friedkin behoort zonder twijfel tot die laatste categorie. Zijn werk is rauw, compromisloos en vaak ronduit ongemakkelijk. Friedkin geloofde niet in geruststelling of nette afronding. Hij geloofde in spanning, in morele chaos en in het idee dat cinema je soms bij de keel moet grijpen om iets echts los te maken.
Bij Panda Bytes kijken we graag terug naar makers die hun tijd vooruit waren, en Friedkin is daar een schoolvoorbeeld van. Zijn films voelen niet gepolijst, maar geleefd. Niet bedacht, maar ervaren. Dit zijn vier films van William Friedkin die we nooit mogen vergeten, omdat ze cinema blijvend hebben veranderd.
The French Connection (1971) De stad als slagveld
Met The French Connection herschreef William Friedkin de regels van de politiethriller. Geen glamoureuze helden, geen duidelijke morele lijnen, maar een grauwe stad en mannen die langzaam worden opgeslokt door hun obsessies. Gene Hackman speelt Popeye Doyle niet als een nobele speurder, maar als een racistische, impulsieve en vaak onuitstaanbare agent. En juist daarom werkt het.
De beroemde achtervolging onder de metro is inmiddels legendarisch, maar bij herziening valt vooral de sfeer op. New York is hier geen decor, maar een vijandige kracht. Alles voelt koud, rommelig en onvoorspelbaar. Friedkin filmt alsof hij de controle bewust loslaat, waardoor de film een documentaire-achtige intensiteit krijgt.
Wat The French Connection zo onvergetelijk maakt, is het gebrek aan verlossing. Er is geen echte overwinning, geen moreel gelijk. Alleen de leegte na de jacht. Het is cinema die weigert je gerust te stellen, en juist daarom blijft hij hangen.
The Exorcist (1973) Horror als existentiële crisis
Er zijn horrorfilms vóór The Exorcist en horrorfilms erna. Wat William Friedkin hier doet, gaat veel verder dan schrikmomenten en demonische effecten. Dit is geen film over het kwaad als spektakel, maar over geloof, twijfel en de angst dat het universum geen antwoorden geeft.
Bij herziening is het opvallend hoe ingetogen de film eigenlijk begint. Lange scènes, alledaagse dialogen, een bijna klinische benadering van Regans aftakeling. Friedkin bouwt spanning niet op met muziek of montage, maar met observatie. Hij laat je kijken. Te lang. Te dichtbij.
Juist daardoor komt de horror harder binnen. Niet omdat het extreem is, maar omdat het onontkoombaar voelt. The Exorcist confronteert ons met de vraag of geloof troost biedt of juist tekortschiet wanneer het er echt toe doet. Dat maakt de film nog altijd verontrustend relevant.
Sorcerer (1977) Existentiële wanhoop op vier wielen
Sorcerer is misschien wel Friedkins meest onderschatte film. Overshadowed door Star Wars bij zijn release, maar inhoudelijk een van zijn meest pure werken. Het verhaal is eenvoudig: vier mannen, elk met een beladen verleden, moeten explosieve ladingen vervoeren door onherbergzaam terrein. Wat volgt is geen avontuur, maar een nachtmerrie.
De film ademt fatalisme. Elke scène voelt zwaar, elk obstakel levensbedreigend. Friedkin filmt de natuur niet als iets overweldigends, maar als iets vijandigs. Bruggen kraken, wegen verdwijnen, motoren sputteren. Alles lijkt erop gericht deze mannen te breken.
Wat Sorcerer zo krachtig maakt, is de stilte. De film vertrouwt op beeld, op ritme, op spanning die langzaam onder je huid kruipt. Het is cinema als beproeving. Niet comfortabel, niet vergevingsgezind, maar onvergetelijk.
To Live and Die in L.A. (1985) Stijl als moreel wapen
In de jaren tachtig keerde Friedkin terug met een film die even stijlvol als nihilistisch is. To Live and Die in L.A. oogt op het eerste gezicht als een typische crime-thriller, compleet met neonkleuren en synthesizers. Maar onder die glans schuilt dezelfde morele leegte die zijn eerdere werk kenmerkt.
William Petersen speelt een agent die de grens tussen jager en prooi volledig uitwist. Zijn obsessie met het vangen van een vervalser wordt destructief, voor anderen én voor zichzelf. Friedkin romantiseert niets. Hij laat zien hoe macht corrumpeert en hoe rechtvaardiging snel verandert in zelfbedrog.
De beroemde tegen-de-richting-in-achtervolging is spectaculair, maar ook hier geldt: het gaat niet om adrenaline alleen. Het gaat om desoriëntatie. Om een wereld waarin regels niet langer beschermen. Deze film voelt nog steeds gevaarlijk, juist omdat hij weigert heldendom te vieren.
Waarom William Friedkin blijft tellen
William Friedkin maakte geen films om leuk gevonden te worden. Hij maakte films die schuren, confronteren en soms ronduit afstoten. Maar precies daarin schuilt zijn nalatenschap. Hij durfde zijn publiek te wantrouwen, durfde chaos toe te laten en durfde verhalen te vertellen zonder morele vangrail.
Bij Panda Bytes geloven we dat dit soort cinema essentieel is. Niet als nostalgie, maar als herinnering. Een reminder dat film meer kan zijn dan vermaak. Dat het je mag ontregelen, irriteren en zelfs boos maken.




