01Introductie:
Netflix strooit graag met originele content, zeker als het gaat om series met een vleugje mysterie, een snufje satire en een flinke lading bekende koppen. The Residence, bedacht door Paul William Davies (bekend van Scandal), is daar een vers voorbeeld van. Een moord in het Witte Huis, een bonte verzameling verdachten, een detective met een voorliefde voor vogels én Kylie Minogue. De ingrediënten voor een binge-waardige whodunit lijken aanwezig.
Maar schijn bedriegt.
Na acht afleveringen kunnen we hier bij Panda Bytes alleen maar concluderen dat dit mysterie beter onopgelost had kunnen blijven. The Residence is geen ramp, maar het is ook allesbehalve boeiend. De serie weet niet wat het wil zijn – en ondertussen weten wij als kijker niet waarom we moeten blijven kijken.
Een sterk idee dat verdwijnt in zijn eigen mist
De opzet is op zich veelbelovend: tijdens een staatsdiner in het Witte Huis wordt hoofdbutler A.B. Wynter (Giancarlo Esposito) dood aangetroffen. In plaats van een strak en meeslepend moordonderzoek krijgen we een losjes in elkaar geflanste serie die alle kanten op schiet, behalve de goede.
De serie springt constant tussen verschillende tijdlijnen: het moment van de moord, de dagen ervoor, en de maanden erna waarin een congrescommissie de zaak onderzoekt. Het idee is dat dit de spanning opbouwt en een gelaagd beeld schetst van wat er werkelijk gebeurde. In de praktijk zorgt het vooral voor verwarring en afstand. We leren de personages nauwelijks kennen, en de emotionele lading blijft uit.
Waar is de urgentie? De dreiging? De vonk die een goed moordmysterie onweerstaanbaar maakt? Alles blijft hangen in een waas van half uitgewerkte ideeën en scenariotechnische trucs.
Uzo Aduba schittert – in een serie die haar niet verdient
Laten we één ding helder zeggen: Uzo Aduba doet haar best – en hóe. Als FBI-detective Cordelia Cupp, een vrouw met een scherp observatievermogen, obsessieve neigingen (ornithologie? echt waar?) en een bijna ouderwetse flair, weet zij in haar eentje het scherm te domineren. Elke scène met haar is boeiend, vaak ook grappig, en je gelooft direct dat ze de slimste in de kamer is.
Maar zelfs een briljante hoofdrol kan een matige serie niet redden.
De overige personages blijven steken in clichés. We krijgen een slonzige broer van de president (Jason Lee), een nerveuze social secretary (Molly Griggs), een opgefokte patissier (Bronson Pinchot) en een schimmige adviseur (Ken Marino). Sommigen hebben één goede scène, anderen zijn er puur om verdacht te lijken. En dan is er Kylie Minogue, die als zichzelf verschijnt in een rol die even willekeurig als vergezocht aanvoelt. Grappig? Ja. Zinvol? Niet echt.
Giancarlo Esposito wordt zoals wel vaker gereduceerd tot plot motor, en is veel te snel weer uit beeld. Een gemiste kans van formaat.